Waarom de ene rekentool 6 jaar zegt en de andere 19

162 huishoudprofielen doorgerekend, onze eigen aannames losgelaten om te meten hoeveel ze verklaren, en uitgesplitst waaruit een terugverdientijd van 6 jaar is opgebouwd.

Door Evgeny MedvedevControlebeleid
Laatst bijgewerkt 6 min. leestijd

Twee rekentools, dezelfde batterij, dezelfde woning — en een verschil van meer dan tien jaar terugverdientijd. Dat komt niet doordat één van beide slecht rekent. Het komt doordat een terugverdientijd volledig wordt bepaald door een handvol aannames die de meeste tools niet tonen.

Wij hebben 162 huishoudprofielen doorgerekend, daarna onze eigen aannames één voor één losgelaten om te meten hoeveel ze van de uitkomst verklaren, en vervolgens uitgesplitst hoe een concurrent bij 6 tot 9 jaar uitkomt. Dit is wat we vonden.

Het eerlijke korte antwoord

Bij de huidige Nederlandse installatieprijs maakt het niet uit welke verdedigbare aannames je kiest: geen enkele variant die we hebben getest levert een koopadvies op. Dat is de robuuste uitkomst.

Wat wél sterk van de aannames afhangt, is hoe negatief het antwoord uitvalt. Onze eigen basisuitkomst van 160 profielen (98,8%) NIET_KOPEN zakt naar 102 profielen (63,0%) zodra we drie van onze eigen voorzichtige keuzes loslaten. Die 98,8% is dus geen feit over de Nederlandse markt — het is voor een groot deel onze eigen voorzichtigheid. Wij publiceren dat cijfer daarom niet als marktbevinding, en dat zou niemand anders moeten doen.

Het verschil tussen 6 jaar en 19 jaar zit niet in de natuurkunde. Het zit in de prijs die vergeleken wordt en in de vraag of iemand nagaat of het overschot er op dat moment werkelijk is.

Wat we hebben doorgerekend

162 huishoudprofielen: combinaties van jaarverbruik, verhouding tussen opwek en verbruik, oriëntatie van de panelen, type energiecontract en of er overdag iemand thuis is. Elk profiel is doorgerekend tegen de vier catalogusrecords waarvan het rendement productgebonden is vastgelegd, op hun waargenomen geïnstalleerde prijs.

De rekenmodule simuleert per uur of er overschot ís, in plaats van aan te nemen dat een batterij elke dag een volledige cyclus haalt. Dat verschil blijkt later in dit stuk het grootste te zijn.

Eerst onze eigen aannames onder de loep

Een model waarin elke onzekere keuze de voorzichtige kant op valt, is niet neutraal — het is systematisch pessimistisch. Dat is een terechte kritiek en wij hebben haar op onszelf toegepast: we hebben dezelfde 162 profielen opnieuw gedraaid met onze eigen keuzes versoepeld.

Wat we loslietenNIET_KOPEN
Niets — de gepubliceerde rekenmodule160 profielen (98,8%)
Capturefactor afgevlakt naar 0,88158 (97,5%)
Degradatie op verwachte curve in plaats van garantievloer160 (98,8%)
Importprijs 25 → 30 cent148 (91,4%)
Terugleverkosten buiten beschouwing160 (98,8%)
De drie batterijgunstige keuzes samen102 profielen (63,0%)

Diezelfde gunstige run geeft 56 profielen (34,6%) WACHT en 2 profielen (1,2%) het advies om eerst een dynamisch contract te nemen.

Conclusie over onszelf: onze voorzichtigheid stuurt de uitkomst substantieel. Het aandeel "niet kopen" is geen hard marktgegeven maar grotendeels een gevolg van drie gestapelde keuzes.

Wat wél overeind blijft in élke variant: nul koopadviezen. Geen enkele configuratie die we konden verdedigen levert bij de waargenomen installatieprijs een KOOP_NU op. Dat is het deel van onze uitkomst dat robuust is, en het is ook het deel dat ons commercieel het slechtst uitkomt.

Twee uitkomsten die tegen de intuïtie ingaan

Terugleverkosten weglaten maakt een batterij slechter, niet beter. De mediane terugverdientijd liep op van 19,5 naar 25,7 jaar. Dat klinkt verkeerd om, maar het klopt: terugleverkosten zijn juist wat teruglevering onaantrekkelijk maakt, en de waarde van een batterij zit grotendeels in het vermijden daarvan. Is terugleveren goedkoop, dan is er minder reden om op te slaan.

De meest omstreden aanname bleek niets uit te maken. Rekenen met de gegarandeerde capaciteitsondergrens in plaats van een verwachte degradatiecurve was intern de meest bediscussieerde keuze. Op de uitkomstverdeling: geen enkel verschil. De terugverdientijd wordt bereikt — of niet — ruim voordat de capaciteit op late leeftijd meetelt.

Hoe 6 tot 9 jaar tot stand komt

Een Nederlandse concurrent publiceert 6 tot 9 jaar en het oordeel "goede investering". Hun rekentool toont de aannames, waardoor een vergelijking mogelijk is. De feiten hieronder zijn die van hen; het oordeel is van ons.

AannameBatterijscoutConcurrent
Importprijs25 cent, CBS-cijfer juni 202630 cent
RendementPer product vastgelegd, 0,82–0,945Vast 90% voor elke batterij
CapturefactorPer huishouden 0,53–0,85, chronologisch gekalibreerdNiet gemodelleerd
TerugleverkostenPer periode meegerekendNiet zichtbaar meegerekend
Horizon10 jaar15–20 jaar impliciet
PrijsbasisGeïnstalleerde prijs, waargenomen € 683 per kWhVanaf € 800, middensegment € 2.500–6.000

Elk van die keuzes is op zichzelf verdedigbaar. Gestapeld beschrijven ze een gunstig geval dat als gemiddelde wordt gepresenteerd — precies het spiegelbeeld van de kritiek die wij hierboven op onszelf toepasten.

De twee grootste verschillen: welke prijs wordt vergeleken en of het overschot wordt gesimuleerd. Een systeem van 5 kWh voor € 2.500 is € 500 per kWh, wat dicht bij een hardwareprijs zonder installatie ligt. En een model dat niet nagaat of er op dat uur werkelijk overschot is, rekent met cycli die een woning niet altijd levert.

Bij welke prijs verandert het antwoord?

Dit is de nuttigste uitkomst van de hele analyse. Op het gunstigste profiel in het raster, met de goedkoopste in aanmerking komende batterij:

Prijs per bruikbare kWhGeïnstalleerdTerugverdientijdUitkomst
€ 800€ 4.16018,4 jaarNiet kopen
€ 600€ 3.12013,8 jaarNiet kopen
€ 500€ 2.60011,5 jaarWachten
€ 400€ 2.0809,2 jaarWachten
€ 300€ 1.5606,9 jaarKopen

Ter vergelijking: RVO/DNV komt op ongeveer € 723 per kWh voor systemen van 5 tot 10 kWh, en het goedkoopste aanbod dat wij zelf hebben waargenomen is € 683 per kWh geïnstalleerd.

Op de prijzen van vandaag is dus ruwweg 30% prijsdaling nodig voor "wachten" en 55% voor "kopen". Dat is geen afrondingsverschil maar een andere markt.

En let op wat dit betekent voor de vergelijking hierboven: bij € 500 per kWh geeft onze eigen rekenmodule 11,5 jaar. Wij verschillen niet fundamenteel van mening over de natuurkunde — we vergelijken een andere prijs.

Wat je hiermee kunt

Vraag bij elke terugverdientijd die je tegenkomt drie dingen:

  1. Welke prijs zit erin? Hardware of geïnstalleerd, inclusief btw of niet. Dit is verreweg het grootste verschil.
  2. Wordt het overschot gesimuleerd? Of wordt aangenomen dat de batterij elke dag vol raakt?
  3. Welke stroomprijs? Een tarief dat 20% te hoog staat, verhoogt de waarde van elke opgeslagen kWh met 20%.

Een tool die deze drie niet toont, geeft geen berekening maar een schatting met een decimaal erachter.

En doe daarna de enige vergelijking die over jouw woning gaat: reken het door met je eigen verbruik en opwek. Wil je eerst zien welke systemen er zijn en tegen welke geïnstalleerde prijs, dan staat dat in de vergelijking van thuisbatterijen — met per model de bron en de controledatum erbij, zodat je de aannames van deze analyse zelf kunt natrekken.

Beperkingen van dit onderzoek

  • Onze rekenmodule is niet extern gevalideerd. Een onafhankelijke technische review is niet gelukt; deze gevoeligheidsanalyse is de vervanging daarvan en is door onszelf uitgevoerd.
  • Het raster telt 162 profielen, geen steekproef van Nederlandse woningen. Het is een systematische variatie van kenmerken, niet een representatieve afspiegeling.
  • Slechts vier catalogusrecords zijn doorgerekend, omdat alleen die een productgebonden rendement met een duidelijke meetgrens publiceren. Goedkopere systemen bestaan; ze zijn nog niet doorrekenbaar.
  • Onze eigen voorzichtigheid stuurt de uitkomst, zoals hierboven gemeten. Het aandeel niet-kopen moet met die kanttekening worden gelezen, en wij hanteren die kanttekening zelf ook.
  • Alle cijfers zijn afkomstig van een draaiende berekening en worden door een test vergeleken met wat op deze pagina staat, zodat tekst en rekenmodule niet uit elkaar kunnen lopen.

Bronnen

Wet, regelgeving en onafhankelijk onderzoek

Onze eigen onderbouwing

Delen: