Terugleverkosten: wat je leverancier rekent voor je zonnestroom

Terugleverkosten staan los van je terugleververgoeding, en alleen het saldo bepaalt wat opslag waard is. Wat de wet vastlegt, wat niet, en waarom lage kosten slecht nieuws zijn voor een batterij.

Door Evgeny MedvedevControlebeleid
Laatst bijgewerkt 4 min. leestijd

Rekenkader: engine 0.6.0-scoped · aannameset 1.0.0-verified-v1

Laatst geverifieerd: 11 augustus 2026

Het eerlijke korte antwoord

Terugleverkosten zijn een aparte post die je energieleverancier in rekening brengt voor de stroom die je teruglevert. Ze staan los van wat je vóór die kosten vergoed krijgt, en juist dat verschil bepaalt wat een thuisbatterij waard is. Zolang je salderen kunt, valt het effect grotendeels weg; vanaf 1 januari 2027 niet meer.

Wij rekenen die twee posten daarom apart door: een brutovergoeding per kWh en de terugleverkosten per kWh. Wat overblijft is de nettowaarde van een teruggeleverde kWh, en dat is het getal waartegen opslag concurreert. Bron: aannamedossier, §§5 en 6

Wil je weten wat het in jouw situatie doet, maak dan een persoonlijke berekening. De uitkomst kan ook zijn dat je beter eerst je contract verandert dan een batterij koopt.

Waarom dit nu pas een onderwerp is

Onder de salderingsregeling verrekenen leveranciers je teruglevering met je afname. Wie evenveel teruglevert als afneemt, merkt van de tariefstructuur weinig. Daardoor kon je jarenlang naar één getal kijken — de kale leveringsprijs — en klopte dat ongeveer.

Dat werkt niet meer als salderen wegvalt. Dan bestaat je teruglevering uit een vergoeding mín kosten, en die twee bewegen niet samen. Een leverancier kan de vergoeding netjes houden en de kosten verhogen, of andersom. Voor een huishouden met zonnepanelen is alleen het saldo relevant.

Wat de wet wel en niet vastlegt

De wet die salderen beëindigt, legt twee dingen vast over de vergoeding:

  • De vergoeding mag nooit negatief zijn. Je kunt dus niet in een situatie komen waarin terugleveren je per saldo geld kost via de vergoeding zelf.
  • Tot 1 januari 2030 moet de maandgemiddelde vergoeding minimaal 50% van de overeengekomen kale leveringsprijs bedragen.

Bron: Staatsblad 2025, 17, art. 2.34 lid 7 en lid 9

Wat de wet niet vastlegt, is de hoogte van de terugleverkosten. Die staan naast de vergoeding en vallen niet onder de bodem. Een wettelijke ondergrens op de vergoeding is dus geen ondergrens op wat je netto overhoudt. Dat onderscheid is de kern van deze pagina.

Drie periodes, drie regimes

Onze berekening deelt de looptijd op in drie periodes, omdat de regels erin verschillen. De bedragen hieronder zijn de aannames waarmee de engine rekent, niet een voorspelling.

Tot en met 31 december 2026 — nog salderen

Vergoedingen boven de saldeergrens liggen rond 4 tot 11 cent per kWh. De terugleverkosten die leveranciers nu hanteren voor vaste en variabele contracten liggen rond 8,5 tot 13 cent per kWh, vaak als staffel die oploopt met hoeveel je teruglevert. Dynamische contracten kennen deze kosten doorgaans niet.

2027 tot en met 2029 — de bodem geldt

De aangekondigde tarieven voor 2027 clusteren rond een brutovergoeding van 6,5 tot 7,25 cent per kWh, met terugleverkosten van 4,4 tot 6,9 cent. Netto blijft daar ruwweg 0,25 tot 1,8 cent per kWh van over. Dynamische contracten volgen ongeveer de marktprijs zonder aparte kosten.

Vanaf 2030 — de bodem vervalt

De 50%-ondergrens loopt af. Wat overblijft zijn de eisen dat de vergoeding "redelijk" en niet-negatief is. De nettowaarde beweegt dan richting marktprijs min marge.

Bron: aannamedossier, §§5 en 6 Bron: specificatie van het rekenmodel, §2

Waarom lage terugleverkosten slecht nieuws zijn voor je batterij

Dit voelt tegenintuïtief, dus we schrijven het expliciet op.

Een thuisbatterij verdient aan het verschil tussen wat een kWh kost als je hem koopt en wat hij oplevert als je hem teruglevert. Hoe minder je voor teruglevering overhoudt, hoe meer een batterij kan toevoegen door die kWh thuis te houden.

Blijft de nettovergoeding hoog, dan valt er weinig te verbeteren: terugleveren is dan al bijna net zo goed als zelf gebruiken. Daarom rekenen wij het voorzichtige scenario door met een hoge nettowaarde voor teruglevering en nul terugleverkosten. Dat is het scenario waarin een batterij het minst oplevert. Bron: specificatie van het rekenmodel, §2

Een aanbieder die je terugleverkosten als verkoopargument voor een batterij gebruikt, heeft dus gelijk in de richting — maar het getal dat telt is de nettowaarde, niet de kostenpost op zichzelf.

Wat je nu kunt controleren

  1. Zoek in je jaarafrekening of contract de terugleverkosten apart op. Ze staan niet altijd bij de leveringstarieven en heten niet overal hetzelfde.
  2. Kijk of het een staffel is. Bij een staffel hangt je tarief af van hoeveel je in een jaar teruglevert, en dan verandert je situatie zodra je een batterij plaatst.
  3. Vergelijk de nettowaarde — vergoeding min kosten — en niet de twee getallen apart.
  4. Ga na of je contract dynamisch is. In die contracten zitten deze kosten meestal niet, en dat verandert de rekensom aanzienlijk. Lees dan ook thuisbatterij met dynamisch energiecontract.

Reken daarna je eigen situatie door op de rekenpagina, en lees wat er verandert als de saldering stopt voor het bredere beeld. Pas als je weet wat een teruggeleverde kWh je netto oplevert, heeft het zin om thuisbatterijen te vergelijken — anders vergelijk je hardware zonder te weten waartegen die hardware het moet opnemen.

Bronnen

Wet en regelgeving

Onze eigen onderbouwing

Delen: